Jean-Paul Opperman (1980)

Mijn werk gaat over het vertellen van verhalen, van sprookjes en mensen die zichzelf zien veranderen. Ik probeer in mijn werkwijze zo dicht mogelijk bij het leven zelf te staan. Voorstudies, ondergrond schetsen en dergelijke zijn niet aan mij besteed. Mijn werk groeit bij het moment en hangt af van tussentijdse beslissingen.

Meestal begin ik met wat losse lijnen. Bijvoorbeeld enkele zwarte inkt strepen op een vel papier en dan laat ik het werk even rusten. Ik neem dan tijd om te overdenken en bekijken wat ik nou eigenlijk gedaan heb. Vaak zie ik dan in die paar lijnen al hoe ik verder zou willen gaan en waar die paar lijnen mij aan doen denken.

Tussentijdse beslissingen komen vaak voort uit enkel woord, een bijzondere ontstane vorm, een gedachte etc. Als ik begin heb ik wel een titel in mijn hoofd die als een soort leidraad het werk in evenwicht houdt. Naarmate het werk vordert bedenk ik vaak mijn definitieve titel en werk daaruit verder. Kijken, reageren en het werk in mij opnemen zijn dan sleutelwoorden. Indien na het afronden een werk nog thuis aanwezig is kan het echter nogal eens gebeuren dat de titel alsnog veranderd. Niets staat stil; ook het voltooide werk niet.


Zelf merk ik ook dat ik kunst maak als een vorm van praten, alsof het beeldend vertellen meer aansluit bij mijn creatieve gedachten als bijv. acteren of dansen. Dat is wellicht ook de reden dat ik dagelijks ermee bezig ben, en me ook heel erg thuis voel in en bij het maken van mijn werk. Ik wil geen halve werelden laten zien. Een kunstwerk mag gezellig zijn, of boos en dan weer blij. De vormen mogen dansen of stil staan.

Voor mij is vooral de beweging, het als in sprookjes vertellen van een verhaal over een schepping als een oude magier die bezwerende formules uitspreekt welhaast de enige weg die ik met mijn werk zou willen gaan. Hierbij zou ik ook nog willen aantekenen dat een vrije vertaling van mijn gedachten gemakkelijk kan leiden tot de gedachte dat het werk alle kanten op kan gaan. Het tegendeel is echter meer waar, hoe dichter ik het werk bij mijzelf en mijn gevoelsleven houdt hoe meer homogeen het samenspel van de verschillende werken.

Vaak werk ik op papier, met inkt en acryl. Dit vind ik een heerlijk materiaal om mee te werken, het voelt vrij en weinig pretentieus. Het is het materiaal van de kijker en de maker. Werk op doek forceert zich tot een leven aan de muur, het is luxe, met papier is dit alles veel meer anekdotisch. Papier heeft het al in zich om als een boodschapper van een verhaal te figureren.